ECLI:NL:RVS:2012:BY1701
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.W.L. Simons-Vinckx
- H.J.J. Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning grondwateronttrekking wegens onvoldoende motivering afwijking beleid
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 15 augustus 2011 een vergunning aan een vergunninghouder voor het onttrekken van 25 m3 grondwater per uur ten behoeve van beregening van tuinbouwgewassen op een perceel te Sint Willebrord. Appellant en anderen stelden beroep in tegen dit besluit omdat het college volgens hen onterecht afweek van het beleid om geen nieuwe vergunningen voor grondwateronttrekking voor beregening te verlenen.
De Raad van State overwoog dat het beleid van het college uitgaat van geen nieuwe vergunningen voor beregening, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het college stelde dat sprake was van een bestaande situatie en dat er geen uitbreiding van de onttrekking plaatsvond, waardoor afwijking van het beleid gerechtvaardigd was. Tevens verwees het college naar het ontbreken van algemeen aanvaarde alternatieven voor beregening.
De Raad van State oordeelde echter dat met de verleende vergunning wel degelijk sprake is van uitbreiding, aangezien de vergunning van appellant niet is ingetrokken. Bovendien ontbrak een deugdelijke motivering waarom het belang van de vergunninghouder zwaarder zou wegen dan het beleid. Daarom is het besluit in strijd met artikel 3:46 Awb Pro onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 15 augustus 2011 en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor grondwateronttrekking wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijking van het beleid.