ECLI:NL:RVS:2012:BY1706
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten raad voor rechtsbijstand wegens schending hoorplicht bij peiljaarverlegging
De raad voor rechtsbijstand wees meerdere aanvragen van appellant om een toevoeging voor rechtsbijstand af en verklaarde bezwaren en verzoeken om peiljaarverlegging ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de raad in strijd met artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had afgezien van het horen van appellant, terwijl dit wel verplicht was bij verzoeken om peiljaarverlegging. De raad had de verzoeken afgewezen zonder voldoende motivering en zonder appellant te horen, terwijl appellant had gesteld geen inkomen te hebben gehad in de relevante periode en bij zijn moeder inwonend te zijn geweest.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de raad van 6 en 27 oktober 2009, en droeg de raad op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De besluiten van de raad voor rechtsbijstand worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.