ECLI:NL:RVS:2012:BY1733
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.A. Graaff-Haasnoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving recreatief gebruik perceel in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen weigerde handhavend op te treden tegen het recreatieve gebruik van een perceel te Vinkeveen, omdat de overtreding volgens het college van geringe aard en ernst was. Een belanghebbende stelde beroep in tegen deze weigering en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen.
Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het recreatieve gebruik in strijd is met het bestemmingsplan "1e herziening lintbebouwing Vinkeveen 2003" dat het perceel de bestemming "Landhuizen" geeft. De rechtbank had de planvoorschriften te strikt uitgelegd volgens appellant, maar dit werd verworpen omdat het gebruik niet valt onder toegestane functies.
Verder werd geoordeeld dat het college in beginsel handhavend moet optreden bij overtredingen van het bestemmingsplan, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, zoals concreet zicht op legalisering of disproportionaliteit van handhaving. Deze uitzonderingen waren hier niet van toepassing. Het recreatieve gebruik was niet incidenteel of van geringe ernst, mede vanwege het gebruik van een aangemeerde boot.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.