ECLI:NL:RVS:2012:BY2120
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het ongegrond verklaren van het inreisverbod en de inbewaringstelling van vreemdeling
De vreemdeling werd bij besluit van 13 augustus 2012 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod opgelegd, gevolgd door inbewaringstelling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het inreisverbod onrechtmatig was uitgevaardigd omdat het zou zijn gebaseerd op een gevaar voor de openbare orde, terwijl de bevoegde ambtenaar dit besluit niet had mogen nemen. De Raad van State oordeelde dat de grond dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde onderdeel is van het terugkeerbesluit en niet van het inreisverbod zelf. Tevens werd vastgesteld dat het inreisverbod niet krachtens artikel 66a, zevende lid, Vreemdelingenwet 2000 was uitgevaardigd.
De overige grieven werden eveneens verworpen omdat zij geen relevante rechtsvragen opriepen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.