Uitspraak
200908614/1/H1), hoeft bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo verleende op 11 februari 2011 een vrijstelling en reguliere bouwvergunning voor de bouw van een complex met tien woningen, inclusief een ondergrondse parkeervoorziening. Het bouwplan wijkt af van het bestemmingsplan "Kom Ermelo 1998" op diverse punten, waaronder bouwgrens, hoogte en dakhoek. Het college verleende daarom vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Appellanten voerden aan dat het bouwplan niet passend is in de omgeving, de privacy schaadt, leidt tot verlies van zonlicht en dat de parkeergarage geur- en geluidshinder veroorzaakt. De rechtbank zag echter geen grond voor deze bezwaren, onder meer omdat het bouwplan voldoet aan de goothoogte, de privacymaatregelen zijn getroffen, de bezonningsstudie geen gebreken vertoont en er voldoende parkeergelegenheid is, mede door extra parkeerplaatsen aan de Moslaan.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 december 2011 en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.