Uitspraak
201107379/2/H4is met artikel IV van het Besluit van 21 februari 2011, in werking getreden op 1 april 2011, tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht niet beoogd het Besluit mer (nieuw) onmiddellijke werking te laten hebben voor gevallen waarin de activiteit waarvoor een aanvraag om milieuvergunning is ingediend vóór 1 april 2011 door het bevoegd gezag niet was aangemerkt als mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig, omdat de drempelwaarden niet waren overschreden. De stelling van [appellanten] dat het er op lijkt dat het college bewust net voor de wetswijziging de vergunning heeft verleend, kan de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten. De aanvraag is vóór 1 april 2011 ingediend, zodat het college terecht is uitgegaan van het voor die datum geldende recht.
200507253/1, dient voor het bepalen van de drempelwaarden zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit mer te worden uitgegaan van het aantal aangevraagde of vergunde dieren en niet van het aantal dierplaatsen. De toename van het vergunde aantal dieren overschrijdt de drempelwaarde voor het houden van vleesvarkens van categorie 14 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer niet. Derhalve ontbreekt in zoverre de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport. Dat vergunning is verleend voor een calamiteitenruimte betekent niet dat vergunning is verleend voor het houden van meer dieren dan hiervoor genoemd. Daartoe is van belang dat, zoals zal blijken uit overweging 6.3, in voorschrift X.1 van de vergunning is bepaald dat in de calamiteitenruimte geen enkele activiteit met betrekking tot het regulier huisvesten van dieren mag plaatsvinden.
201004411/1/M2, dient door het bevoegd gezag, gelet op eerdergenoemd arrest van het Hof van Justitie, gekeken te worden naar andere factoren als bedoeld in bijlage III van de mer-richtlijn, die aanleiding kunnen geven tot het opstellen van een milieueffectrapport, ondanks dat de drempelwaarden zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit mer niet worden overschreden. In deze bijlage zijn kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect als omstandigheden genoemd waarmee het bevoegd gezag rekening dient te houden bij de beoordeling of een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat het college naar deze of naar andere factoren van bijlage III heeft gekeken, die in dit geval aanleiding zouden kunnen geven tot het opstellen van een milieueffectrapport. Derhalve is in het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Het college heeft het bestreden besluit dan ook in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ondeugdelijk gemotiveerd.
200800799/1heeft de Afdeling in een vergelijkbare situatie bepaald dat een dergelijke stal slechts in uitzonderlijke situaties en voor beperkte duur wordt gebruikt en dat daardoor in alle redelijkheid geen voorwaarden voor de maximale ammoniakemissie van deze stal kunnen worden gesteld, aldus het college.