ECLI:NL:RVS:2012:BY3368
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende voortvarendheid en schending hoor en wederhoor in vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake de verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring). De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep klaagt de vreemdeling dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn beroep tegen het verlengingsbesluit nader toe te lichten, terwijl dit wel bij het beroep tegen het voortduren van de bewaring was toegestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank heeft gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor door de vreemdeling niet schriftelijk de gelegenheid te bieden zijn gronden kenbaar te maken, terwijl het beroepschrift geen gronden bevatte en er geen zitting heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de uitspraak van de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Awb omdat een beroepsgrond is betrokken die niet was aangevoerd.
Verder is vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting van de vreemdeling, door pas op de tiende dag van de maatregel te starten met de daadwerkelijke voorbereiding, ondanks dat het Verenigd Koninkrijk vooraf akkoord was gegaan met de overdracht. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Tot slot stelt de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op € 437,00 en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en terugverwezen.