ECLI:NL:RVS:2012:BY3372
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid verlenging maatregel vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Ethiopië
De vreemdeling was onderworpen aan een verlenging van de maatregel van vreemdelingenbewaring per 17 augustus 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
Uit de stukken bleek dat de staatssecretaris sinds oktober 2010 herhaaldelijk een aanvraag tot afgifte van een laissez passer bij de Ethiopische autoriteiten had ingediend, maar dat ondanks overleggen van een originele Ethiopische identiteitskaart geen inhoudelijke reactie was ontvangen. Ook na meerdere rappelleringen, een telefonisch onderhoud en een bezoek van een Nederlandse delegatie bleef een reactie uit.
De Afdeling stelde vragen aan de staatssecretaris over het zicht op uitzetting, maar deze verscheen niet ter zitting. Hierdoor bleef twijfel bestaan over het zicht op uitzetting vanaf 22 augustus 2012, de datum van de verlenging van de bewaring. De Afdeling oordeelde dat vanaf die datum het zicht op uitzetting ontbrak en de maatregel onrechtmatig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de verlenging gegrond. Tevens kende zij een vergoeding toe voor de periode van 22 augustus tot 8 oktober 2012, toen de maatregel werd opgeheven, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De verlenging van de maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.