Uitspraak
200801014/1,
200804042/1/V6en
200900248/1/V6.
200802261/1en 20 juli 2011 in zaak nr.
201003186/1/H2l) volgt dat de vergoeding van zodanige kosten dient te worden bepaald met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in samenhang met het Besluit proceskosten bestuursrecht. Gelet op het exclusief karakter van deze regeling is voor vergoeding van advocaatkosten langs de weg van artikel 8:73 van Pro de Awb geen plaats. Deze schadepost komt derhalve niet voor honorering in aanmerking.
200604911/1), is de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM overschreden, indien de duur van de totale procedure onredelijk lang is. Voorts heeft, zoals volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij de Afdeling zich aansluit, voor de beslechting van het geschil aangaande een punitieve sanctie in hoger beroep als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt, indien, behoudens bijzondere omstandigheden, niet binnen vier jaar nadat die termijn is aangevangen uitspraak is gedaan en dat deze termijn aanvangt op het moment dat vanwege het betrokken bestuursorgaan jegens de beboete een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd (arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005, nr. 37984; AB 2006, 11). Voor de bepaling van de redelijke termijn dient de tijd die gemoeid is geweest met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing van het Hof echter niet te worden meegerekend indien het afwachten van die beslissing redelijk is (arrest van de Hoge Raad van 9 april 2010, nr. 07/10306; AB 2010, 266).