ECLI:NL:RVS:2012:BY3730
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit handhaving zonder concreet zicht op legalisering horeca-exploitatie
Het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec legde op 6 oktober 2009 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege het exploiteren van een horecagelegenheid zonder geldige vergunning. De vergunning was vervallen omdat gedurende meer dan een jaar geen handelingen met gebruikmaking van de vergunning waren verricht, en overmacht werd niet erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit, omdat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar het al dan niet bestaan van concreet zicht op legalisering en de mogelijke onevenredigheid van handhavend optreden.
In hoger beroep betoogden zowel appellant als het college dat de rechtbank fouten had gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de verbouwing en aanvragen van vergunningen geen gebruik van de vergunning vormden en dat overmacht niet aannemelijk was. Tevens was er ten tijde van het handhavingsbesluit wel degelijk een ontvankelijke vergunningaanvraag, zodat concreet zicht op legalisering bestond. Het college had dit onvoldoende gemotiveerd meegenomen.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant. Het handhavingsbesluit werd daarmee definitief vernietigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het handhavingsbesluit en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.