ECLI:NL:RVS:2012:BY4030
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling medische noodzaak voor uitstel uitzetting HIV-patiënt
De vreemdeling, behandeld voor een HIV-infectie die in Griekenland is vastgesteld en waarvoor zij medicatie ontvangt, verzocht om uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris weigerde dit omdat niet was aangetoond dat de infectie was ontwikkeld tot AIDS of dat de behandeling niet voortgezet kon worden in het land van herkomst.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, stellende dat onvoldoende medische informatie was om het Bureau Medische Advisering (BMA) te raadplegen. De vreemdeling stelde dat het aan de staatssecretaris niet was om zelf medische informatie te interpreteren en dat het BMA had moeten worden ingeschakeld.
De Raad van State oordeelde dat het BMA inderdaad geraadpleegd had moeten worden om te beoordelen of het stopzetten van de behandeling een medische noodsituatie zou veroorzaken en of reizen verantwoord was. De uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de staatssecretaris werden vernietigd, en de zaak werd gegrond verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ambtshalve weigering op grond van artikel 64 Vw 2000 wordt vernietigd.