ECLI:NL:RVS:2012:BY4042
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende belangenafweging familie- en gezinsleven
De vreemdeling kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Immigratie, Integratie en Asiel, waardoor zij haar echtgenoot, die een verblijfsvergunning asiel heeft, niet kon bezoeken. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het uitvaardigen van het inreisverbod wel degelijk een inmenging vormt in het recht op respect voor het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. De voorzieningenrechter had ten onrechte niet beoordeeld of deze inmenging gerechtvaardigd was volgens de vereisten van het EVRM en de Vreemdelingenwet 2000.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit tot inreisverbod vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd voor zover het inreisverbod betreft vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging inzake het familie- en gezinsleven.