Uitspraak
200901438/1/R3, moet artikel 3.8, eerste lid, onder a, van de Wro aldus worden uitgelegd dat dit in ieder geval de verplichting inhoudt om het ontwerpbestemmingsplan, dat wil zeggen de verbeelding en de planregels, en de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan via elektronische weg beschikbaar te stellen. Deze verplichting strekt zich naar het oordeel van de Afdeling in voornoemde uitspraak eveneens uit tot de bijlagen die zijn opgenomen bij de planregels, zoals een Staat van Bedrijfsactiviteiten, en tot de bijlagen die zijn opgenomen bij de plantoelichting en die daarvan onderdeel uitmaken.
201102546/1/T1/R4, zal de milieueffectrapportage voor de gehele activiteit moeten worden verricht in het kader van het eerste ruimtelijk plan dat die activiteit mogelijk maakt ook als er voor wordt gekozen de bewuste activiteit gefaseerd te ontwikkelen Ten tijde van het uitvoeren van onderzoek en opstellen van het MER Bereikbaarheid was de raad voornemens om de gehele Binckhorst te herontwikkelen. Gelet daarop is terecht die hele ontwikkeling in het MER Bereikbaarheid betrokken. Verder heeft de raad niet uitgesloten dat in de toekomst de Binckhorst alsnog een andere functie zal krijgen. De omstandigheid dat niet de gehele ontwikkeling voor het jaar 2020 zal plaatsvinden, doet aan het oordeel niet af.
201104670/1/R4. Tijdens de zitting van 17 september 2012 heeft de raad uiteengezet dat thans een omgevingsvergunning voor bouwen in voorbereiding is en dat deze waarschijnlijk eind 2012 zal worden verleend. De oplevering van het nieuwe gebouw voor het Internationaal Strafhof is voorzien voor eind 2014, aldus de raad.
200900883/1/H1heeft de Afdeling overwogen dat een exceptieve toetsing van het NSL-besluit aan artikel 5.12 van de Wet milieubeheer mogelijk is. In het verlengde daarvan moet worden geoordeeld dat eveneens een exceptieve toetsing van de gemelde wijzigingen van het NSL met toepassing van artikel 5.12, twaalfde lid, mogelijk is.
200907391/1/H2en is een bestemmingsplanregeling een zodanige regulering (vergelijk de uitspraak van 12 november 2003, zaaknummer
200301877/1).