Uitspraak
200501647/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende een bouwvergunning voor een dakterras op een aanbouw van een woongebouw. Appellant betwistte dit en voerde aan dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat het overgangsrecht niet van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan en vernietigde eerdere besluiten van het college.
Het college stelde in hoger beroep dat het bouwplan binnen het overgangsrecht valt en dat het bouwdeel een achterbouw is die onderdeel is van het hoofdgebouw, waardoor het plan planologisch aanvaardbaar zou zijn. Appellant betoogde dat het bouwdeel een aanbouw is en dat het college ten onrechte afweek van eerdere standpunten. Ook stelde zij dat ontheffing niet mogelijk is en dat het college onterecht handhaving weigerde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich niet mocht beroepen op de achterbouwkwalificatie en dat het oordeel van de rechtbank dat het bouwdeel een aanbouw is, vaststaat. Verder was het college onvoldoende nagegaan of aan de voorwaarden voor ontheffing was voldaan. Daarom is het besluit van 7 juni 2012 vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 7 juni 2012 van het college Utrecht wordt vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan en onvoldoende motivering van ontheffing.