ECLI:NL:RVS:2012:BY5890
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde appellant een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een Roemeense machinist zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte aan boord van een Nederlands schip. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, verlaagde de boete naar €7.200 en vernietigde het oorspronkelijke besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat uit het boeterapport, verklaringen van betrokkenen en het vaartijdenboek voldoende blijkt dat de vreemdeling op het moment van controle werkzaamheden verrichtte op het schip terwijl dit op Nederlandse binnenwateren voer. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de vreemdeling die dag alleen had gerust. Ook werd vastgesteld dat de vreemdeling uitsluitend de Roemeense nationaliteit had, zodat de vergunningplicht van toepassing was.
Verder oordeelde de Raad dat sprake was van terbeschikkingstelling van de arbeidskracht door een uitlener aan appellant, waarbij de werkzaamheden onder toezicht van appellant werden verricht. Dit maakt de tewerkstellingsvergunning verplicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €7.200 wordt bevestigd.