ECLI:NL:RVS:2012:BY6357
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.L.M. van Loo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep vreemdeling inzake rechtmatig verblijf
De vreemdeling heeft een verzoek ingediend om bij wijze van voorlopige voorziening te worden beschouwd als rechtmatig verblijvend gedurende het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de enkele handhaving van de afwijzing van deze aanvraag tijdens de prejudiciële procedure geen spoedeisend belang oplevert. Er is geen duidelijkheid of de staatssecretaris voornemens is de vreemdeling uit te zetten, en er is geen aanleiding te veronderstellen dat de vreemdeling de uitspraak van het Hof niet in Nederland kan afwachten.
De voorzitter gaat ervan uit dat indien uitzetting wordt overwogen, de vreemdeling tijdig zal worden geïnformeerd. Omdat de vreemdeling geen andere belangen heeft aangevoerd die een spoedeisend belang rechtvaardigen, is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.