Uitspraak
201204057/1/R1ter zitting behandeld op 7 november 2011, waar Prodeon B.V., vertegenwoordigd door mr. T.L.H. Peeters, advocaat te Baarn, ing. B.J. van der Sluis en A.M. van Merkerk, en de raad, vertegenwoordigd door D. Jager, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting provinciale staten van Overijssel, vertegenwoordigd door mr. A. van Maurik, T. van Loon en S. Bensliman, allen werkzaam bij de provincie, als partij gehoord.
201104233/1/R1, waarin is overwogen dat in de beleidsnota geen constitutieve vereisten voor de bouw van windturbines zijn opgenomen en dat de raad van de beleidsnota kan afwijken. Volgens Prodeon B.V. heeft de raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld door in haar geval niet af te wijken van de beleidsnota, maar in de zaak met nr.
201104233/1/R1, welke zaak betrekking had op de locatie Zuiderzeehaven, dit wel te doen. Ten slotte is volgens Prodeon B.V. het bestreden besluit genomen in strijd met het vertrouwensbeginsel, omdat het college van burgemeester en wethouders tot aan het besluit tot afwijzing van het eerste verzoek van Prodeon B.V. op 26 maart 2009 positief tegenover haar plannen stond.
201104233/1/R1ging om een bedrijventerrein en niet, zoals in de onderhavige situatie, om een open gebied met zeer weinig bebouwing en dat tegen de komst van windturbines op de locatie Zuiderzeehaven in verband met het verschil in ruimtelijke situering veel minder maatschappelijke weerstand bestond dan tegen de komst van windturbines op de beoogde locatie. In hetgeen Prodeon B.V. heeft aangevoerd ziet de Afdeling daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door Prodeon B.V. genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.
201001808/1/R3dat het nemen van een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan, ook in het geval daaraan een verzoek ten grondslag ligt, niet het nemen van een beschikking op aanvraag als bedoeld in artikel 4:17 gelezen Pro in samenhang met artikel 1:3, tweede lid, van de Awb is. Aangezien een besluit op bezwaar deelt in het karakter van het besluit waarop het betrekking heeft, geldt dit evenzo voor een besluit op bezwaar omtrent vaststelling van een bestemmingsplan. Dit betekent dat geen dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb kan worden verbeurd.