ECLI:NL:RVS:2012:BY6676
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor paardenbak in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren legde aan appellante een last onder dwangsom op om binnen zes weken een paardenbak op haar perceel te verwijderen, omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan "Loosdrecht landelijk gebied noordoost". Appellante maakte bezwaar en stelde onder meer dat de last onduidelijk was en dat er geen sprake was van een paardenbak, maar een weiland met zand en omheining.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover de last onder dwangsom betrekking had op de verharding. Tegen deze uitspraak stelde appellante hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de paardenbak voldoet aan de definitie in het bestemmingsplan en dat het college bevoegd was handhavend op te treden tegen het in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het betoog dat de last onduidelijk zou zijn, werd verworpen, evenals het argument dat bijzondere omstandigheden zouden vergen dat niet zou worden gehandhaafd. Er was geen concreet zicht op legalisering en het algemeen belang bij handhaving woog zwaarder dan het belang van appellante.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.