Uitspraak
200803290/1).
Raad van State
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid weigerde handhavend op te treden tegen een aanbouw in de binnentuin van Minervalaan 19-huis, die in 1985 zonder bouwvergunning is gerealiseerd. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Amsterdam het besluit tot niet-handhaven. Het dagelijks bestuur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven bij overtreding van wettelijke voorschriften, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn zoals concreet zicht op legalisering of disproportionaliteit van handhaving. Het dagelijks bestuur voerde aan dat het overgangsrecht in artikel 24 van Pro de planvoorschriften legalisering mogelijk maakte, maar de Afdeling volgde dit niet.
De Afdeling stelde vast dat artikel 24 alleen Pro gedeeltelijke vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing toestaat en geen overgangsrecht biedt voor reeds bestaande illegale bouwwerken. De aangehaalde eerdere uitspraak van 2009 ondersteunt dit niet anders. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het dagelijks bestuur wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het niet-handhavingsbesluit bevestigd.