ECLI:NL:RVS:2012:BY7305
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning en handhaving woninguitbreiding te Delft
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende een bouwvergunning voor het vergroten van een woning door toevoeging van een woonlaag, kap en uitbouw. Wederpartij A en anderen maakten bezwaar tegen deze vergunning en tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen de bouwwerkzaamheden. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde de besluiten van het college.
Het college verleende vervolgens opnieuw een bouwvergunning en handhaafde het eerdere besluit tot niet-handhaving. Wederpartij A en anderen stelden beroep in tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, omdat de tussenruimte tussen de tweede bouwlaag en de kap niet als gelijksoortige uitbreiding kan worden aangemerkt en het college daarom niet bevoegd was ontheffing te verlenen op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college niet zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het niet handhavend optrad tegen de geringe afwijkingen van de bouwvergunning. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het college ten onrechte geen dwangsom had vastgesteld na het verstrijken van de beslistermijn op bezwaar. De besluiten van het college werden vernietigd en de Afdeling stelde zelf de verschuldigde dwangsom vast. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan wederpartij A en anderen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de besluiten van het college over de bouwvergunning en handhaving, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en legt het college een dwangsom en proceskosten op.