Uitspraak
200803995/1), uit het bepaalde in artikel 16, eerste lid, gelezen in verbinding met het vierde lid van de Awir voortvloeit, dat aan de verlening van een voorschot kinderopvangtoeslag niet het gerechtvaardigde vertrouwen kan worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op kinderopvangtoeslag bestaat, heeft de rechtbank in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de Belastingdienst/Toeslagen met het besluit van 15 september 2011 het rechtszekerheids- of het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.
201110472/1/A2), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko, moet degene die aanspraak op kinderopvangtoeslag maakt, kunnen aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gehad en wat de hoogte van die kosten is.