Uitspraak
201101494/1/H1, overwogen dat het college in redelijkheid niet was gehouden om uit voorzorg vanwege gezondheidsrisico's de gevraagde ontheffing te weigeren. In hetgeen [appellant C] heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte tot dat oordeel is gekomen. Nu, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor onder 5.1 is overwogen, het alternatievenonderzoek geen geschikte alternatieve locatie heeft opgeleverd en voorts niet aannemelijk is gemaakt dat de vermindering van het woongenot van [appellant C] en de mate van zicht die vanuit hun woningen op de antennemast bestaat zodanig is dat het college de belangen van KPN bij plaatsing van de antennemast daaraan ondergeschikt had moeten achten, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college daarin geen reden hoefde te zien de gevraagde ontheffing te weigeren. De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat, voor zover de waarde van de woningen van [appellant C] als gevolg van de oprichting van de antennemast zal dalen, een verzoek om vergoeding van planschade kan worden ingediend.
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria.