Uitspraak
201104050/1/A4.
Raad van State
De raad van de gemeente Cuijk stelde op 20 juni 2011 het bestemmingsplan "Industrieterrein Haven Cuijk 2011" vast. Hiertegen stelden drie appellanten beroep in, die zich verzetten tegen bepaalde bestemmingen en planregels die betrekking hebben op bedrijfsactiviteiten, geluids- en geurcontouren, en bouwhoogtes.
Appellanten voerden aan dat bedrijven onterecht in hogere milieucategorieën waren ingedeeld en dat het woon- en leefklimaat door geur- en geluidsoverlast zou verslechteren. De raad verdedigde het plan met verwijzing naar verleende vergunningen en maatwerkbestemmingen die voortzetting en beperkte uitbreiding van bestaande bedrijfsactiviteiten mogelijk maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan geen blijvende rechten schept en dat de raad op grond van gewijzigde inzichten en belangenafweging andere bestemmingen mag vaststellen. De geur- en geluidscontouren werden als acceptabel beoordeeld, en de bouwhoogte van maximaal 15 meter werd als redelijk en passend bij het industrieterrein aangemerkt.
De individuele bezwaren van appellanten over de begrenzing van de hoeveelheid te verwerken slachtbijproducten, het onderscheid tussen vleesverwerking en slachtbijproducten, en de maximale hoeveelheid steenachtig materiaal werden eveneens verworpen. De raad had zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de planregels en bestemmingen een goede ruimtelijke ordening dienen.
De Afdeling verklaarde de beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn ongegrond verklaard en het plan is bekrachtigd.