ECLI:NL:RVS:2012:BY7374
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijsnood
Appellante verzocht om het Nederlanderschap voor zichzelf en haar minderjarige kind, maar haar verzoek werd door de minister afgewezen vanwege het ontbreken van gelegaliseerde geboorteaktes en paspoorten. De minister stelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij in bewijsnood verkeerde, omdat zij onvoldoende had aangetoond dat zij alle mogelijke stappen had ondernomen om aan de benodigde documenten te komen.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat registers in China onvolledig zijn of dat politieke omstandigheden het verkrijgen van documenten onmogelijk maken. Ook werd overwogen dat het enkel sturen van brieven naar Chinese autoriteiten en de ambassade onvoldoende is om bewijsnood aan te nemen, mede omdat appellante geen pogingen had gedaan via in China verblijvende derden.
Appellante voerde aan dat de staatssecretaris zich niet gemotiveerd had opgesteld ten aanzien van eerdere ambtelijke misslagen in vergelijkbare zaken, maar de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris dit wel degelijk had gedaan en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet strekte tot het volharden in een eenmaal gemaakte fout.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.