ECLI:NL:RVS:2012:BY7385
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijstelling bouw steigers nabij perceelsgrens
Het college verleende op 12 september 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van twee steigers en een schutting op een perceel. Na bezwaar en herroeping van besluiten volgde een uitspraak van de rechtbank die het besluit van het college vernietigde en de rechtsgevolgen in stand liet.
Appellant stelde dat de steiger binnen twee meter van zijn perceelsgrens was gebouwd zonder toestemming, in strijd met artikel 5:50 BW Pro, en dat dit zijn privacy aantastte. De Afdeling overwoog dat voor een privaatrechtelijke belemmering slechts aanleiding bestaat als deze evident is. Uit foto's bleek geen rechtstreeks uitzicht vanaf de steiger op het perceel van appellant, en ook niet het soort uitzicht dat onder artikel 5:50 BW Pro valt.
De Afdeling verwierp verder het betoog dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden door vrijstelling aan vergunninghouder te verlenen en niet aan appellant. De belangenafweging en het gerechtvaardigd vertrouwen van vergunninghouder rechtvaardigden dit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.