ECLI:NL:RVS:2012:BY8219
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenberoep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens erkenning UNHCR
De vreemdelingen hadden een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke door de minister van Immigratie en Asiel op 21 maart 2011 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond, waarop zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beleid in paragraaf C2/2.13 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) pas van toepassing is indien de vertegenwoordiging van de UNHCR in Nederland expliciet standpunt heeft ingenomen over de in Nederland afgelegde verklaringen van de vreemdelingen. De vertegenwoordiging van de UNHCR in Nederland heeft geen bevoegdheid om asielzoekers in Nederland te erkennen, maar kan bevestigen dat de UNHCR elders de vreemdelingen als vluchtelingen erkend heeft.
Uit brieven van de UNHCR in Nederland bleek dat de vreemdelingen op individuele gronden als vluchtelingen waren erkend en dat geen aanleiding bestond om de cessation clause toe te passen. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris de aanvragen niet mocht beoordelen zonder gewicht toe te kennen aan deze erkenning. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de minister, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen wordt vernietigd.