ECLI:NL:RVS:2013:1017
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige, welke door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en het ontbreken van bewijs dat met de zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat zij voldoet aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang en dat de staatssecretaris terecht heeft afgezien van het horen van de vreemdeling in bezwaar.
De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling onvoldoende stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van het financiële plan en investeringen, ondanks een herstelverzuimbrief. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.