ECLI:NL:RVS:2013:102
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling heeft bij besluit van 14 februari 2011 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde op 4 maart 2011. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep heeft de vreemdeling aangevoerd dat het besluit vernietigd moet worden, maar de Afdeling oordeelt dat deze gronden niet leiden tot vernietiging. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.
Daarnaast verzocht de vreemdeling om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in het hoger beroep, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling overweegt dat de tijd die is besteed aan het afwachten van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie niet mag worden meegerekend indien het afwachten redelijk was. Gezien het feit dat de Afdeling de zaak had aangehouden in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie op 5 september 2012, is er geen sprake van termijnoverschrijding. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Tot slot is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2013.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.