ECLI:NL:RVS:2013:1032
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen aanplant walnotenbomen op landgoed
Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum wees op 3 mei 2011 het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen de aanplant van circa 300 walnotenbomen op het landgoed Amstenrade. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de aanplant als bos moest worden aangemerkt en daarmee in strijd was met het bestemmingsplan, en dat de rechtbank ten onrechte geen aansluiting had gezocht bij de planvoorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de aanplant niet als bosgebied kan worden aangemerkt, zodat geen sprake is van strijdig gebruik dat handhaving rechtvaardigt. De rechtbank mocht het normale spraakgebruik hanteren bij de duiding van 'bos' en 'boomgaard' omdat definities in het bestemmingsplan ontbreken. Bovendien richt artikel 8 van Pro het bestemmingsplan zich op clustering van gebouwen en niet op beplanting, zodat de landschappelijke openheid niet wordt aangetast door de walnotenbomen.
Ook de aanwezigheid van een onverharde weg en het ontbreken van een afrastering maakten niet dat beweiding door vee onmogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen de aanplant van walnotenbomen.