ECLI:NL:RVS:2013:1070
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Raad van State beveelt motivering besluit weigering stageverklaring advocaat-stagiair
De zaak betreft het hoger beroep van een stagiair-ondernemer die door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in Arnhem werd geweigerd een stageverklaring te ontvangen. De weigering was gebaseerd op onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke, zelfstandige praktijkvoering, met name vanwege de financiële situatie van de praktijk.
De rechtbank had het beroep van de appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de financiële vereisten voor stagiair-ondernemers redelijk zijn en verschillen van die voor stagiaires in loondienst. De appellant stelde dat de financiële criteria onredelijk zwaar waren en dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan zijn relevante neveninkomsten en borgstellingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het criterium van het wettelijk minimumloon als maatstaf voor de financiële levensvatbaarheid van de praktijk al bestond en dat de rechtbank niet buiten het geschil trad door dit te beoordelen. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit van de Algemene Raad onvoldoende gemotiveerd was, omdat ter zitting werd verklaard dat de financiële situatie niet doorslaggevend was, terwijl het besluit dit wel als hoofdgrond gaf.
De Afdeling draagt de Algemene Raad op het gebrek in het besluit binnen acht weken te herstellen door een deugdelijke motivering te geven, waarbij ook moet worden ingegaan op de door appellant aangevoerde financiële omstandigheden. In de einduitspraak zal tevens worden beslist over schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State beveelt de Algemene Raad om het besluit tot weigering van de stageverklaring binnen acht weken beter te motiveren.