ECLI:NL:RVS:2013:1096
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na bekering tot christendom
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen bij besluit van 13 april 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 12 oktober 2012. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde de vreemdeling dat haar bekering tot het christendom een nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde die tot een andere beslissing zou moeten leiden. De Raad van State oordeelde dat deze klacht terecht was voorgedragen, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidde omdat het beroep reeds ongegrond was verklaard in een eerdere uitspraak van 27 juni 2013.
Verder werden andere aangevoerde gronden in het hoger beroep niet relevant geacht voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.