ECLI:NL:RVS:2013:113
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering reisdocumenten
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 8 juli 2011 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het ontbreken van reisdocumenten aan de vreemdeling kon worden toegerekend.
De Afdeling benadrukte dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan hem is toe te rekenen, bijvoorbeeld door het overleggen van indicatief bewijs of door het geven van consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reisroute. In deze zaak had de vreemdeling geen dergelijk bewijs geleverd en waren zijn verklaringen onvoldoende gedetailleerd, met name over het verblijf in Istanbul en het laatste deel van de reis.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in het arrest. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.