ECLI:NL:RVS:2013:1144
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel na bedreigingen en politieke activiteiten
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 8 juli 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn politieke artikelen en deelname aan discussies in Nederland bedreigd werd en vreest voor vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Irak.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. Zowel de minister als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 8 juli 2011 voldoende gemotiveerd was en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de Iraakse autoriteiten op de hoogte waren van zijn politieke activiteiten in Nederland. Ook was onduidelijk wie de afzenders van de bedreigende e-mails waren en welke positie zij in Irak innamen, waardoor geen reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling kon worden vastgesteld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.