ECLI:NL:RVS:2013:1157
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake inreisverbod vreemdelingen
Bij besluiten van 1 oktober 2012 weigerde de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aan meerdere vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel en een verblijfsvergunning regulier toe te kennen en legde inreisverboden op. De vreemdelingen stelden beroep in tegen de inreisverboden, waarop de voorzieningenrechter op 5 november 2012 hun beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De staatssecretaris klaagde dat de voorzieningenrechter onvoldoende had gemotiveerd waarom niet was afgeweken van het standaard inreisverbod van twee jaar, omdat de rechter zich slechts op medische omstandigheden had gericht en niet op andere door de vreemdelingen aangevoerde omstandigheden zoals hun medewerking aan terugkeer en het feit dat zij buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten.
De Raad van State oordeelde dat dergelijke bijzondere omstandigheden bij de toetsing van inreisverboden niet meer aan de orde kunnen komen en dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de inreisverboden onvoldoende waren gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen tegen de inreisverboden alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen tegen de inreisverboden ongegrond verklaard.