ECLI:NL:RVS:2013:1160
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid herkomst
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie op 9 augustus 2010 werd afgewezen. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij afkomstig was uit Kirkuk. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op een taalanalyse van het Bureau Land en Taal (BLT), die twijfel zaaide over de herkomst van de vreemdeling. De vreemdeling overhandigde een contra-expertise die haar herkomst uit Kirkuk bevestigde, maar deze werd niet zonder meer als doorslaggevend erkend.
De rechtbank benoemde een deskundige voor nader onderzoek, maar de Raad van State oordeelde dat dit niet terecht was omdat de contra-expertise niet overtuigend genoeg was om de twijfel weg te nemen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de staatssecretaris de bewijslast op correcte wijze had toegepast en gemotiveerd had dat de herkomst niet aannemelijk was gemaakt.
Andere beroepsgronden werden niet meer behandeld omdat deze niet in hoger beroep waren aangevoerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.