ECLI:NL:RVS:2013:1167
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- F.C.M.A. Michiels
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning veehouderij vanwege onvoldoende motivering stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 13 december 2010 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het oprichten van een veehouderij aan een locatie te Overijssel. Na bezwaar werd dit besluit op 27 juni 2011 gehandhaafd, waarna appellanten beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde in een tussenuitspraak van 22 mei 2013 vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning kon worden verleend, mede vanwege mogelijke negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied Boetelerveld. Het college kreeg opdracht dit gebrek te herstellen, wat zij bij brief van 25 juni 2013 deed door te stellen dat door intrekking van milieuvergunningen voor andere veehouderijen de stikstofdepositie per saldo daalt.
Appellanten betoogden dat de intrekking van een milieuvergunning niet meegewogen mocht worden, maar de Afdeling oordeelde dat gezien de directe samenhang tussen intrekking en vergunningverlening het college deze intrekking terecht had betrokken. Gezien het herstel van het gebrek werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.