ECLI:NL:RVS:2013:117
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan geloofwaardig asielrelaas
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 30 juni 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het asielrelaas van de vreemdeling niet ongeloofwaardig was. De staatssecretaris had zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het asielrelaas, waarin de vreemdeling vreesde voor rekrutering door de Taliban vanwege zijn minderjarigheid en Hazara-afkomst, niet voldoende concreet en geloofwaardig was onderbouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukte dat het beoordelen van geloofwaardigheid primair aan de staatssecretaris toekomt en dat de rechter terughoudend toetst. Verder werd overwogen dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan, inclusief de provincie Ghazni, niet zodanig is dat louter terugkeer een reëel risico oplevert. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.