ECLI:NL:RVS:2013:1195
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Weerselo Kern wegens onvoldoende onderzoek en motivering
De raad van de gemeente Dinkelland stelde op 22 mei 2012 het bestemmingsplan "Weerselo Kern" vast. Appellant maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij tussenuitspraak van 6 maart 2013 werd de raad opgedragen om onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de oprichting van kuilvoer-, mestplaten en -bassins, met name gericht op geur-, stof- en geluidsoverlast en het uitzicht.
De raad wijzigde het plan op 28 mei 2013 door mestplaten en -bassins enkel binnen het bouwvlak toe te staan, maar liet de mogelijkheden voor kuilvoerplaten ongewijzigd. Appellant kon zich verenigen met de wijziging omtrent mestplaten, maar stelde dat de raad tekort was geschoten in het onderzoek en de motivering over de kuilvoerplaten.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 22 mei 2012 en het gewijzigde besluit van 28 mei 2013, voor zover het de functieaanduiding "sa-ab" voor het perceel van appellant betreft, niet in overeenstemming zijn met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De raad had onvoldoende onderzoek verricht en niet gemotiveerd waarom kuilvoerplaten vlak achter het perceel van appellant mogelijk werden gemaakt.
De Afdeling vernietigde daarom deze onderdelen van het bestemmingsplan en droeg de raad op binnen vier weken de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd wegens schending van de onderzoeksplicht en onvoldoende motivering omtrent kuilvoerplaten nabij het perceel van appellant.