ECLI:NL:RVS:2013:1208
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod en vernietiging uitspraak voorzieningenrechter
De minister vaardigde op 16 februari 2012 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep tegen dit inreisverbod als bezwaarschrift moest worden behandeld, maar stelde niet inhoudelijk op het beroep te beslissen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat rechtstreeks beroep openstaat tegen het inreisverbod en dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet op het beroep heeft beslist. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd daarom vernietigd voor zover deze naliet te beslissen op het beroep tegen het inreisverbod.
Inhoudelijk beoordeelde de Raad het beroep en verwierp de aangevoerde bezwaren, waaronder de stelling dat het inreisverbod strijdig zou zijn met het Unierecht en dat de motivering van de duur van het inreisverbod onvoldoende was. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep tegen het inreisverbod inhoudelijk ongegrond verklaard.