ECLI:NL:RVS:2013:1236
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onduidelijke ladderveiligheidsmaatregelen bij arbeidsongeval
De minister legde appellant een boete van €2.700 op vanwege een arbeidsongeval waarbij een vrijwilliger ernstig letsel opliep door het wegglijden van een ladder in een zwembad. De minister stelde dat de ladder onvoldoende was vastgezet, ondanks dat deze was voorzien van een antislipinrichting.
De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en ongegrond. Appellant voerde aan dat de ladder voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 7.23a, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, omdat een antislipinrichting aanwezig was. De Raad van State oordeelde dat de bepaling onduidelijk is over aanvullende maatregelen naast de antislipinrichting, waardoor het opleggen van een boete in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigde het boetebesluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak betreft de uitleg en toepassing van veiligheidsvoorschriften bij laddergebruik en de grenzen van bestuurlijke boetes bij onduidelijke regelgeving.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.