ECLI:NL:RVS:2013:1258
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot voeren titel doctorandus op grond van buitenlands diploma
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de afwijzing door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van haar verzoek om de titel doctorandus te mogen voeren op basis van een in Slovenië behaalde opleiding farmacie.
De minister baseerde zijn besluit op adviezen van de Nuffic, die concludeerde dat de buitenlandse opleiding niet gelijkwaardig was aan de Nederlandse universitaire opleiding farmacie vanwege wezenlijke verschillen in studieduur en inhoud. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
Appellant voerde aan dat de Nuffic-adviezen onvoldoende waren getoetst, dat haar praktijkervaring niet werd meegewogen en dat het Unierecht haar recht gaf op erkenning van de titel. De Raad van State oordeelt dat de minister terecht op de deskundigheid van de Nuffic mocht vertrouwen, dat de praktijkervaring niet relevant is voor de diplomawaardering, en dat de EU-richtlijn niet van toepassing is op het voeren van een titel zonder toegang tot een gereglementeerd beroep.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot voeren van de titel doctorandus bevestigd.