ECLI:NL:RVS:2013:1295
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten na onterechte aansprakelijkstelling voor afvalstoffenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had op 18 december 2012 besloten spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. De kosten van deze bestuursdwang, €115, werden aan appellant opgelegd. Appellant stelde dat hij de overtreding niet had gepleegd omdat hij in de betreffende periode in het buitenland verbleef.
Het college stelde dat de overtreding door de echtgenote van appellant was gepleegd, maar dat appellant als hoofdgebruiker van het perceel aansprakelijk kon worden gesteld op grond van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze aansprakelijkstelling niet kon worden toegepast omdat het college zelf aannam dat appellant niet de feitelijke overtreder was en dat het wettelijke kader voor hoofdelijk aansprakelijkheid in dit geval niet van toepassing was.
Daarom werd het besluit van 24 januari 2013, waarin het bezwaar van appellant ongegrond was verklaard, vernietigd. Tevens werd het primaire besluit van 18 december 2012 herroepen en deze uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit. Het college werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot kostenverhaal wordt vernietigd.