ECLI:NL:RVS:2013:1335
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door staatssecretaris
De minister van Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 16 maart 2012 een inreisverbod opgelegd aan een vreemdeling. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is omdat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld over de wijze van uitvaardiging van het inreisverbod. De Afdeling toetste vervolgens het besluit zelf inhoudelijk. De vreemdeling had aangevoerd dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name over de duur van het inreisverbod van twee jaar.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris niet was ingegaan op de individuele omstandigheden van de vreemdeling met betrekking tot de duur van het inreisverbod, waardoor het besluit in strijd was met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van het inreisverbod van 16 maart 2012 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.