ECLI:NL:RVS:2013:1342
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake terugvordering zorg-, huur- en kindertoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin haar beroepen tegen besluiten van de Belastingdienst tot terugvordering van zorg-, huur- en kindertoeslag over 2008 en 2009 ongegrond werden verklaard.
De Belastingdienst had de toeslagen vastgesteld op nihil en voorschotten teruggevorderd omdat het toetsingsinkomen van appellante, zoals vastgesteld door de belastinginspecteur, te hoog was om aanspraak te maken op deze toeslagen. Appellante stelde in hoger beroep dat zij ten onrechte niet was gehoord en dat er onjuistheden waren in de berekening van de toeslagen.
De Raad van State oordeelt dat deze nieuwe gronden in hoger beroep niet ontvankelijk zijn omdat zij niet eerder bij de rechtbank zijn aangevoerd en appellante dit had moeten doen. Daarnaast is de Belastingdienst gehouden om uit te gaan van de door de belastinginspecteur vastgestelde inkomensgegevens. De stellingen van appellante zijn niet onderbouwd.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.