ECLI:NL:RVS:2013:1343
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en herroeping wegens onrechtmatig onthouden vertrektermijn
De vreemdeling was bij besluit van 22 augustus 2011 opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. Na bezwaar verklaarde de minister het terugkeerbesluit van 3 april 2012 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De vreemdeling stelde dat vernietiging van het terugkeerbesluit ook de vreemdelingenbewaring met terugwerkende kracht onrechtmatig zou maken, waardoor procesbelang bestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde deze uitspraak. Bij toetsing van het besluit oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris ten onrechte geen vertrektermijn had toegekend, omdat het risico op onderduiken niet op objectieve criteria was gebaseerd, zoals vereist volgens de Terugkeerrichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000.
Daarom werd het besluit van 3 april 2012 vernietigd en het oorspronkelijke terugkeerbesluit van 22 augustus 2011 herroepen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt herroepen en het besluit op bezwaar vernietigd wegens onrechtmatig onthouden van een vertrektermijn; proceskosten worden toegewezen.