ECLI:NL:RVS:2013:1384
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding vervoerskosten en proceskosten na afwijzing bekostiging leerlingenvervoer
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Emmen om bekostiging van het vervoer van haar zoon naar de Internationale School Eerde voor het schooljaar 2001-2002 en 2002-2003. Het college wees dit verzoek in 2001 af en verklaarde bezwaar in 2009 ongegrond. De rechtbank Assen oordeelde in 2009 dat het besluit onrechtmatig was en kende een vergoeding toe voor 2001-2002 en 2002-2003, inclusief schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde in 2010 het hoger beroep van het college gegrond voor het schooljaar 2002-2003, waardoor alleen de vergoeding voor 2001-2002 bleef staan. In 2012 wees de rechtbank het verzoek van appellante om verdere schadevergoeding af. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat alleen de schade voortvloeiend uit het besluit van 20 augustus 2001 over het schooljaar 2001-2002 voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank heeft ten onrechte de kilometervergoeding over 2001-2002 te laag vastgesteld; deze moet worden verhoogd naar € 11.435,20 plus wettelijke rente. Vergoeding van overige schade, zoals reistijd, aanschaf auto en immateriële schade, wordt afgewezen. Ook een deel van de proceskosten wordt toegewezen. De uitspraak van 21 augustus 2012 wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot betaling van de vastgestelde vergoedingen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van een aanvullende vergoeding van vervoerskosten over 2001-2002, wettelijke rente en proceskosten aan appellante.