ECLI:NL:RVS:2013:1387
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- R. van Dijken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toegangsschending Schengengebied
Bij besluit van 11 juni 2012 is de vreemdeling de toegang tot het Schengengebied geweigerd. De minister verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank heeft op 8 augustus 2013 het besluit van 12 oktober 2012 vernietigd en het besluit van 11 juni 2012 herroepen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet in werking zou treden zolang het hoger beroep loopt.
De voorzitter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is voor het verzoek om voorlopige voorziening, mede omdat de vreemdeling reeds op 12 juni 2012 was uitgezet en toekomstige toegang beoordeeld zal worden aan de hand van actuele voorwaarden. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €472,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.