ECLI:NL:RVS:2013:139
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf en griffierechtheffing
De vreemdelingen hadden bij besluit van 28 oktober 2010 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd, welke door de minister werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, waarna de vreemdelingen hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het verzoek van de vreemdelingen om restitutie van het geheven griffierecht afgewezen, omdat de griffierechtheffing terecht was toegepast conform de geldende wettelijke bepalingen.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 juni 2013. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen en wijst het verzoek om restitutie van griffierecht af.