ECLI:NL:RVS:2013:1404
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Minister legt boete op wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen; beroep ongegrond verklaard
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €76.000 op wegens negentien overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verminderd tot €72.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en matigde de boete tot nihil.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete tot nihil had gematigd. De minister had terecht gewezen op de stelselmatige overtredingen door [wederpartij] sinds 2000 en het ontbreken van aanpassingen in haar werkwijze ondanks eerdere boetes.
De Afdeling benadrukte dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft, waarbij rekening moet worden gehouden met de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. De financiële situatie van [wederpartij] werd niet als reden voor matiging erkend vanwege de voorgeschiedenis van herhaalde overtredingen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de minister gegrond, waardoor de boete gehandhaafd blijft.