ECLI:NL:RVS:2013:1443
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling feitelijke gezinsband bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 1 maart 2011 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling, gehuwd met een houdster van een verblijfsvergunning asiel, stelde dat hij feitelijk tot haar gezin behoorde. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris het besluit van 23 november 2011 deugdelijk had gemotiveerd. Er waren tegenstrijdigheden in verklaringen over het gezinsverband en familieleden, wat relevant was voor de beoordeling van de feitelijke gezinsband ten tijde van het vertrek uit Somalië. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.